Functio.
Module 6 - Roltyperingen begrijpen
Module 6

Roltyperingen begrijpen

Je hoeft de 13 roltypes niet uit je hoofd te leren. Je moet ze herkennen in de praktijk. Dat oefen je hier, actief in plaats van lezend.

ca. 15 minuten
interactieve oefeningen
3 grensvlakken uitgelicht

Wat leer je in deze module?

1

Wat een roltypering is

En hoe die verschilt van functieschaal en niveau.

2

De dertien roltyperingen

In twee groepen: vakinhoudelijk werk, en leidinggeven en strategie.

3

Wanneer je wat kiest

De lastige grensvlakken, het belangrijkste van deze module.

Kernprincipe

Een roltypering beschrijft hoe iemand werkt

Niet wat iemand doet, en niet wat iemand waard is. Een HR-adviseur en een IT-architect kunnen exact hetzelfde roltype hebben: de vakinhoud verschilt, de manier van werken is identiek.

Drie begrippen, niet verwarren

Roltypering: het type en de aard van de functie (13 stuks). Hiermee selecteert de AI passende Resultaatgebieden.

Functieschaal: de uitkomst van de waardering, de rangorde A tot en met P. De zwaarte-ordening.

Niveau: een loopbaanlabel dat HR zelf toevoegt (junior/senior of I, II, III), voor een zichtbaar groeipad. Geen uitkomst van de methode.

Waarom dit ertoe doet: kies je het verkeerde roltype, dan selecteert de AI de verkeerde Resultaatgebieden, en dus de verkeerde niveaus. Je functiebeschrijving klopt dan inhoudelijk niet en je corrigeert die later stap voor stap. Een keer goed kiezen scheelt veel tijd.

Onthoud: de roltypering kies je vooraf als context. De functieschaal rolt er als uitkomst uit. Het niveau (het optionele loopbaanlabel junior/senior, of I, II, III) voeg je zelf toe, bij het invoeren of later.

Overzicht

De dertien roltyperingen

Ze vallen in twee groepen. Het onderscheid: heeft de rol formele verantwoordelijkheid voor medewerkers of strategie, of niet?

Groep 1: vakinhoudelijk werk

Gericht op uitvoeren of inhoudelijk oplossen. Geen formele leidinggevende verantwoordelijkheid.

01
Basis uitvoerder
Seriematig, herhalend

Seriematig, herhalend werk. Je hoeft weinig na te denken over wat je moet doen: de instructies bepalen dat. Bij afwijkingen: opschalen.

02
Zelfstandig uitvoerder
Eigen regie over uitvoering

Voert standaard werk zelfstandig uit en organiseert het eigen werk: volgorde, tempo, prioriteiten. Stemt af bij afwijkingen.

03
Senior uitvoerder
Variabel, uitvoerend

Werkt in wisselende situaties, blijft uitvoerend gericht en ondersteunt collega's praktisch.

04
Basis professional
Begeleid, inhoudelijk

Past kennis inhoudelijk toe. Maakt beperkte afwegingen, nog niet zelf de aanpak bepalend.

05
Zelfstandig professional
Aanpak bepalen

Bepaalt zelf hoe het werk wordt aangepakt en maakt inhoudelijke keuzes.

06
Senior professional
Complex, breed

Complexe situaties met meerdere factoren tegelijk. Geraadpleegd bij lastige casussen.

07
Specialist
Diep, afgebakend

Diepgaande kennis van een specifiek vakgebied. Precisie en juistheid doorslaggevend.

08
Coordinator
Afstemmen, geen eindverantw.

Organiseert werk van anderen, maar heeft geen formele verantwoordelijkheid voor medewerkers.

09
Expert
Toonaangevend

Uitzonderlijke diepgang, richtinggevend voor het vakgebied. Advies op directieniveau.

Groep 2: leidinggeven en strategie

Formele verantwoordelijkheid voor medewerkers of de strategische richting.

10
Manager I
Afdeling, HR-verantw.

Formeel leidinggeven aan een team of afdeling: taakverdeling, beoordeling, ontwikkeling.

11
Manager II
Meerdere afdelingen

Stuurt meerdere afdelingen aan, strategisch en operationeel.

12
Executive I
Organisatiebreed, MT

Organisatiebrede verantwoordelijkheid. Onderdeel van MT of directie.

13
Executive II
Koers, eindverantw.

Bepaalt de strategische koers en de continuiteit van de hele organisatie.

Een functie kan meerdere roltypes combineren

Bij de input van de basisgegevens kies je de roltypering die de functie als geheel het beste typeert. De AI stelt op basis van alle input Resultaatgebieden voor, en die kunnen bij verschillende roltyperingen horen: iemand kan bijvoorbeeld deels Specialist en deels Coordinator zijn. Per Resultaatgebied kun je de roltypering daarna altijd nog aanpassen.

Twee hardnekkige denkfouten

Expert en Manager: geen vaste rangorde

Een Expert kan zwaarder uitvallen dan een Manager, maar ook lichter. Het type zegt het niet: de waardering bepaalt de schaal.

Coordinator is geen Manager

Een coordinator stemt werk af, maar heeft geen formele verantwoordelijkheid voor medewerkers. Daarom staat hij in Groep 1.

Checkvraag 1 van 2
Waarvoor gebruikt Functio de roltypering?
Goed. De roltypering geeft de AI context, zodat die passende Resultaatgebieden kan selecteren.
Niet helemaal. De roltypering geeft de AI informatie om passende Resultaatgebieden te selecteren. Het salaris, de dienstjaren of de functieschaal volgen daar niet uit.
Uitvoerder of professional

Een functie, drie niveaus

Hieronder zie je een financieel medewerker op drie niveaus. Klik de tabs om te zien wat er precies verandert.

Roltype 02: Zelfstandig uitvoerder

Wat doet hij?
Verwerkt facturen, boekt mutaties, controleert standaardoverzichten. Werk is herhaalbaar en voorspelbaar.
Hoe beslist hij?
Volgt vaste werkwijzen. Bij afwijkingen: stemt af met de leidinggevende. Bepaalt niet zelf de aanpak.
Kenmerk
Waarde zit in correcte, betrouwbare uitvoering. Geen inhoudelijke afwegingen over hoe het anders kan.
Typische RA's
Administratieve verwerking · Documentbeheer · Controle & signalering

Roltype 05: Zelfstandig professional

Wat doet hij?
Voert financiele analyses uit, stelt rapportages op, beoordeelt afwijkingen en adviseert over oorzaken.
Hoe beslist hij?
Bepaalt zelf hoe een analyse wordt opgezet. Kiest methoden en weegt factoren af. Vraagt geen toestemming voor de aanpak.
Kenmerk
Waarde zit in inhoudelijke afwegingen. Situaties zijn herkenbaar, maar niet altijd standaard.
Typische RA's
Financiele analyse & rapportage · Financiele controle & compliance · Advisering management

Roltype 06: Senior professional

Wat doet hij?
Behandelt complexe financiele vraagstukken: herstructureringen, treasury, complexe fiscale kwesties. Geraadpleegd door collega's en management.
Hoe beslist hij?
Maakt afwegingen met meerdere factoren tegelijk: risico, regelgeving, bedrijfsstrategie. Standaardoplossingen volstaan niet.
Kenmerk
Bij de moeilijkste casussen geraadpleegd. Brede kennis, grote onzekerheid, hoge impact.
Typische RA's
Financiele strategie & business control · Risicobeheersing · Senior managementadvies

Vuistregel: het verschil zit niet alleen in hoe moeilijk het werk is (ook kennis en complexiteit lopen op), maar vooral in wie de aanpak bepaalt. Uitvoerder: de procedure bepaalt het. Professional: de medewerker bepaalt het.

Wanneer kies je wat

De drie grensvlakken

Deze grensvlakken gaan in de praktijk het vaakst mis. Lees het onderscheid en de sleuteltest, kies dan het juiste roltype in de casus. Alle drie moeten beantwoord zijn om verder te gaan.

Oefening

Wie bel je?

Er is een probleem. Bel je de Senior professional, de Specialist of de Expert? Drie situaties.

Snelle rondes

Kies snel het roltype

Vier korte situaties met directe feedback. Je kunt terug om te herlezen.

In de app

Waar kies je de roltypering?

Bij het aanmaken van een functie, in de stap Basisinformatie, kies je de classificatie (roltypering). De app toont de uitleg direct naast het veld, zodat je twijfelgevallen kunt oplossen.

Classificatie (roltypering) in de stap Basisinformatie
Het veld Classificatie (roltypering) in de stap Basisinformatie, met de uitleg naast het veld.

Twijfel je welke roltypering past? Gebruik de printbare cheatsheet in de kennisbank: Roltyperingen (kennisbank).

Waarom het ertoe doet

Wat als je het roltype verkeerd kiest?

Kies een functie en zie het directe effect: de AI stelt andere Resultaatgebieden voor en de schaal valt anders uit.

Checkvraag 2 van 2
Klopt de stelling: een Expert is altijd zwaarder ingedeeld dan een Manager?
Precies. Geen vaste rangorde: de waardering bepaalt de functieschaal, niet het type.
Niet helemaal. Expert en Manager zijn andere typen werk, niet automatisch zwaarder of lichter. De waardering (de scores) bepaalt welke functieschaal eruit komt.
Doe dit zelf

Herken de roltypering

Lees de korte omschrijving en kies de roltypering die past. De roltypering zegt iets over de aard van de rol, niet over de zwaarte.

Goed gedaan

Je herkent nu de roltyperingen en, belangrijker, je weet wanneer je wat kiest.

Wat heb je geleerd?

Drie begrippen

Roltypering, functieschaal en niveau zijn niet hetzelfde.

Dertien roltyperingen

In twee groepen: vakinhoudelijk werk, en leidinggeven en strategie.

Wanneer kies je wat

Uitvoerder of professional, breedte of diepte, coordineren of leidinggeven.

Naslag: de printbare cheatsheet met alle 13 roltyperingen staat in de kennisbank: Roltyperingen (kennisbank).

Volgende stap: Module 7

Resultaatgebieden lezen. Je leert hoe je in een RA de vijf factoren herkent: kennis, autonomie, probleemoplossend vermogen, complexiteit en impact.