Je hoeft de 13 roltypes niet uit je hoofd te leren. Je moet ze herkennen in de praktijk. Dat oefen je hier, actief in plaats van lezend.
En hoe die verschilt van functieschaal en niveau.
In twee groepen: vakinhoudelijk werk, en leidinggeven en strategie.
De lastige grensvlakken, het belangrijkste van deze module.
Niet wat iemand doet, en niet wat iemand waard is. Een HR-adviseur en een IT-architect kunnen exact hetzelfde roltype hebben: de vakinhoud verschilt, de manier van werken is identiek.
Roltypering: het type en de aard van de functie (13 stuks). Hiermee selecteert de AI passende Resultaatgebieden.
Functieschaal: de uitkomst van de waardering, de rangorde A tot en met P. De zwaarte-ordening.
Niveau: een loopbaanlabel dat HR zelf toevoegt (junior/senior of I, II, III), voor een zichtbaar groeipad. Geen uitkomst van de methode.
Waarom dit ertoe doet: kies je het verkeerde roltype, dan selecteert de AI de verkeerde Resultaatgebieden, en dus de verkeerde niveaus. Je functiebeschrijving klopt dan inhoudelijk niet en je corrigeert die later stap voor stap. Een keer goed kiezen scheelt veel tijd.
Onthoud: de roltypering kies je vooraf als context. De functieschaal rolt er als uitkomst uit. Het niveau (het optionele loopbaanlabel junior/senior, of I, II, III) voeg je zelf toe, bij het invoeren of later.
Ze vallen in twee groepen. Het onderscheid: heeft de rol formele verantwoordelijkheid voor medewerkers of strategie, of niet?
Gericht op uitvoeren of inhoudelijk oplossen. Geen formele leidinggevende verantwoordelijkheid.
Seriematig, herhalend werk. Je hoeft weinig na te denken over wat je moet doen: de instructies bepalen dat. Bij afwijkingen: opschalen.
Voert standaard werk zelfstandig uit en organiseert het eigen werk: volgorde, tempo, prioriteiten. Stemt af bij afwijkingen.
Werkt in wisselende situaties, blijft uitvoerend gericht en ondersteunt collega's praktisch.
Past kennis inhoudelijk toe. Maakt beperkte afwegingen, nog niet zelf de aanpak bepalend.
Bepaalt zelf hoe het werk wordt aangepakt en maakt inhoudelijke keuzes.
Complexe situaties met meerdere factoren tegelijk. Geraadpleegd bij lastige casussen.
Diepgaande kennis van een specifiek vakgebied. Precisie en juistheid doorslaggevend.
Organiseert werk van anderen, maar heeft geen formele verantwoordelijkheid voor medewerkers.
Uitzonderlijke diepgang, richtinggevend voor het vakgebied. Advies op directieniveau.
Formele verantwoordelijkheid voor medewerkers of de strategische richting.
Formeel leidinggeven aan een team of afdeling: taakverdeling, beoordeling, ontwikkeling.
Stuurt meerdere afdelingen aan, strategisch en operationeel.
Organisatiebrede verantwoordelijkheid. Onderdeel van MT of directie.
Bepaalt de strategische koers en de continuiteit van de hele organisatie.
Bij de input van de basisgegevens kies je de roltypering die de functie als geheel het beste typeert. De AI stelt op basis van alle input Resultaatgebieden voor, en die kunnen bij verschillende roltyperingen horen: iemand kan bijvoorbeeld deels Specialist en deels Coordinator zijn. Per Resultaatgebied kun je de roltypering daarna altijd nog aanpassen.
Een Expert kan zwaarder uitvallen dan een Manager, maar ook lichter. Het type zegt het niet: de waardering bepaalt de schaal.
Een coordinator stemt werk af, maar heeft geen formele verantwoordelijkheid voor medewerkers. Daarom staat hij in Groep 1.
Hieronder zie je een financieel medewerker op drie niveaus. Klik de tabs om te zien wat er precies verandert.
Roltype 02: Zelfstandig uitvoerder
Roltype 05: Zelfstandig professional
Roltype 06: Senior professional
Vuistregel: het verschil zit niet alleen in hoe moeilijk het werk is (ook kennis en complexiteit lopen op), maar vooral in wie de aanpak bepaalt. Uitvoerder: de procedure bepaalt het. Professional: de medewerker bepaalt het.
Deze grensvlakken gaan in de praktijk het vaakst mis. Lees het onderscheid en de sleuteltest, kies dan het juiste roltype in de casus. Alle drie moeten beantwoord zijn om verder te gaan.
Er is een probleem. Bel je de Senior professional, de Specialist of de Expert? Drie situaties.
Vier korte situaties met directe feedback. Je kunt terug om te herlezen.
Bij het aanmaken van een functie, in de stap Basisinformatie, kies je de classificatie (roltypering). De app toont de uitleg direct naast het veld, zodat je twijfelgevallen kunt oplossen.
Twijfel je welke roltypering past? Gebruik de printbare cheatsheet in de kennisbank: Roltyperingen (kennisbank).
Kies een functie en zie het directe effect: de AI stelt andere Resultaatgebieden voor en de schaal valt anders uit.
Lees de korte omschrijving en kies de roltypering die past. De roltypering zegt iets over de aard van de rol, niet over de zwaarte.
Je herkent nu de roltyperingen en, belangrijker, je weet wanneer je wat kiest.
Roltypering, functieschaal en niveau zijn niet hetzelfde.
In twee groepen: vakinhoudelijk werk, en leidinggeven en strategie.
Uitvoerder of professional, breedte of diepte, coordineren of leidinggeven.
Naslag: de printbare cheatsheet met alle 13 roltyperingen staat in de kennisbank: Roltyperingen (kennisbank).
Resultaatgebieden lezen. Je leert hoe je in een RA de vijf factoren herkent: kennis, autonomie, probleemoplossend vermogen, complexiteit en impact.